De Kapel en haar geschiedenis

De voornaam Brigitte is van Keltische oorsprong en betekent “hoog, sterk, machtig”. De naam “Les Brigittines” komt van Birgitta van Zweden. Zij werd geboren in Finsta, dicht bij Uppsala en was de dochter van de gouverneur van de regio Uppland. Birgitta stichtte nadat ze weduwe was geworden een nieuwe religieuze orde (de orde van de Allerheiligste Verlosser) zowel voor mannen als voor vrouwen. Ze is de beschermheilige van de reizigers. In de iconografie draagt ze soms het kruis van de Dochters van Birgitta (of “Brigittinessen,” “brigittines”). In 1632 geeft aartshertogin Isabelle toestemming aan de orde van Brigitta om zich in Brussel te vestigen. De zusters brigitinessen die afkomstig zijn uit Dendermonde kopen in 1637 een eigendom dat gelegen is in de huidige Brigittinenstraat (die naar hen vernoemd werd).
In 1663 laten ze een klooster met een kapel bouwen. De kapel, “een uitzonderlijk gebouw met één beuk,” is een ontwerp van architect Léon van Heil in de Italiaans-Vlaamse renaissancestijl. Tijdens het bombardement van 1695 dat het grootste deel van Brussel in de as legt, wordt het gebouw nauwelijks beschadigd. In 1784 maakt Joseph II echter een eind aan de religieuze roeping van het gebouw.

Ontdaan van haar functie als religieus monument doet de Kapel van de Brigittines dienst als school (1783), als pandjeshuis (1789), en als opslagplaats voor boeken uit kloosters, vooraleer ze gebruikt wordt als gevangenis (1792), militaire apotheek (1796), arsenaal, gasthuis, opslagplaats voor bier en hout (1798), overdekte markt (1830), balzaal (1850) om uiteindelijk een opslagplaats te worden voor een uitgever.
In 1920 wordt de Kapel openbaar verkocht. De stad Brussel koopt haar twee jaar later en redt de kapel van bijna twee eeuwen van tegenslag en diverse bestemmingen door een meer dan welkome renovatie. De voorgevel wordt geklasseerd in 1936 en in 1953 wordt het hele gebouw op de monumentenlijst geplaatst. Vanaf 1975, nadat de stad Brussel en het schepenkantoor voor Schone Kunsten opdracht gaven tot een nieuwe restauratie voor het gehele gebouw, blijven deze hun steun aan de creatieve performance kunsten voortzetten. De eerste dansvoorstelling die in 1975 in de Kapel doorgaat is “23 Skidoo” (Frédéric Flamand). In 1982 worden nieuwe verbouwingswerken ondernomen. In juni van datzelfde jaar wordt de ruimte van de kapel ter beschikking gesteld van jonge gezelschappen. Het Festival Bellone-Brigittines, een themafestival, ziet het licht in 1982. Sinds 1992 zet de Kapel van de Brigittines zich in om nieuwe expressievormen uit binnen- en buitenland te ondersteunen en een weg naar het grote publiek te helpen vinden. De kapel wordt beheerd door de vereniging zonder winst Bellone Brigittines die vanaf mei 1997 toeziet op het volbrengen van die missies.

In 1999 wordt Les Brigittines erkend als “Hedendaags Kunstencentrum voor beweging en stem van de stad Brussel”. Omdat de Kapel van les Brigittines haar artistieke missies zou kunnen vervolmaken en ze de banden met de wijk en de naburige culturele verenigingen zou kunnen aanhalen, neemt de stad Brussel de beslissing om haar infrastructuur te vergroten en een stuk bij te bouwen. Een nieuw gebouw moet een beter onthaal en een betere omgeving bieden voor de kunstenaars en het publiek. De stad lanceert een architectuurwedstrijd die gewonnen wordt door de Italiaanse architect Andrea Bruno. In samenwerking met de Belgen van SumProject (vroeger “Groep Planning”) zet deze zijn schouders onder het project. De bouw begint op 9 mei 2005 en het nieuwe  gebouw wordt geopend voor het publiek op 20 augustus 2007.

Andrea Bruno besliste om een kloon te maken van de kapel: hij voegde een hedendaags element toe volgens hetzelfde model en met dezelfde ruimtes. Een identiek volume als dat van de kapel biedt de ruimtes die nodig zijn voor het goede functioneren van het Hedendaagse Kunstencentrum van Beweging. De oude ruimte is zo volledig vrijgemaakt voor het opvoeren van voorstellingen. De verdubbeling verandert de perceptie van de kapel maar ook de betekenis van de ruimte die de kapel
omgeeft. De huidige indeling toont een kapel met haar voorplein, die samen een heilig geheel vormen. Het doel van het uitbreidingsproject was om aan de kapel een nieuwe betekenis te geven, ondersteund door de publieke omliggende ruimte.

De aangrenzende ruimtes maken ook deel uit van het verbouwingsproject. Het nieuwe gebouw telt 6 opeenvolgende lagen: het ondergrondse niveau bestemd voor de technische installaties, de foyer intwee niveaus met een mezzanine met bureaus, de twee volgende verdiepingen met een zaal voor de voorstellingen en de zolderverdieping met een repetitieruimte. De trappen bevinden zich in een glazen zone tussen de twee gebouwen (oud en nieuw) in.

De residenties van kunstenaars en de tuin van de Visitandinen

Aan de andere zijde van de Kapel, op de hoek van de Visitandinenstraat en de Onze-Heerstraat werd in 2009 een artiestenresidentie gebouwd en een tuin aangelegd door de architecten Ann Gilson en Bernard Gochet (Carbone 14), in samenwerking met tuinarchitect Benoît Fondu.
Carbonne 14 wilde in de eerste plaats een stedelijke vorm herstellen die sinds lange tijd zijn structuur verloren was. De nieuwe constructie heeft dezelfde omvang als de Kapel en is gebouwd op een smal terrein dat langs de blinde gevels van een schoolgebouw loopt. Het gebouw bestaat uit zes eenheden met moduleerbare ruimten verspreid over drie verdiepingen (drie lofts, drie appartementen).
Van de 14e tot de 16e eeuw waren er in Brussel veel privétuinen die centraal tussen enkele huizen in gelegen waren. In de stad zelf was er weinig groen. Toch waren er heel wat moestuinen, maar ze konden niet gezien worden vanop straat. In de tuin van de Visitandinen draait het om gezelligheid, de band met de bewoners. Vandaar dat er in de tuin verschillende zones zijn waarop de bewoners hun groene vingers kunnen loslaten en samen met de kunstenaars kunnen experimenteren.
De natuurlijke omheining van Bob Verschueren, sierplanten die uit een rij stalen bloempotten tevoorschijn komen, vormt een afbakening tussen de tuin en de straat. Het hoge vlechtwerk van planten schept een ruimtegevoel.